douchedeuren

Is een hele douchewand nodig of hebt u voldoende aan een douchedeur? Het is echter ook belangrijk aandacht te hebben voor de manier waarop u de douche(ruimte) inkomt. Hierbij spelen vooral de beschikbare ruimte en de indeling van de badkamer een rol. Er zijn twee varianten douchedeuren. Dit type douchedeur bestaat uit twee of meer panelen die bij het openen over elkaar heen schuiven of klappen. De panelen worden daarbij naar één kant geschoven. Er zijn ook varianten waarbij u de toegangspanelen elk een andere kant opschuift. Het voordeel van de klap of schuifdeur is dat er geen ruimte nodig is voor het openen ervan. Een nadeel is dat het minder makkelijk schoon te houden is, tenzij u kiest voor een systeem waarvan de panelen los te halen zijn. Draaideuren vragen wel ruimte bij het openen omdat ze geheel of gedeeltelijk de badkamer indraaien. De mate waarin dat gebeurt, kunt u nog enigszins regelen door het draaipunt niet helemaal op de hoek van de deur te plaatsen. Een oplossing waarbij de deur geen ruimte vraagt is om hem naar binnen te laten draaien. U hebt dan wel een wat ruimere douche nodig om goed naar binnen te kunnen. En eenmaal binnen moet u de deur gemakkelijk kunnen sluiten, zonder uzelf tegen de wand te moeten platdrukken. Ook bij een bad, zeker wanneer u ook in bad moet douchen, is een spatwand zinvol. Er zijn diverse soorten douchewanden in de handel die geschikt zijn voor montage op de badrand. Sommige varianten worden in zijn geheel vastgezet op de badrand. Andere varianten kunt u inschuiven en/of wegklappen tegen de muur. Dit type is makkelijk wanneer u alleen een spatwand wilt bij het douchen. Voor een badwand is het handig als deze 180 graden kan draaien.

Dit vergemakkelijkt het instappen en u kunt de wand goed schoonmaken. Sommige badwanden hebben een hef mechaniek, zodat u de gehele wand omhoog kunt tillen om de rand van het bad schoon te maken. Voor glazen spatwanden en deuren wordt over het algemeen helder veiligheidsglas gebruikt. Mocht het glas breken dan valt de wand uiteen in heel kleine stukjes glas, zodat er minder kans op verwondingen is. Let bij de aanschaf op de dikte van het glas. Standaard veiligheidsglas heeft een dikte van 6 mm. Beter is een spatwand van 8 mm dikte, want hoe dikker het glas, hoe minder kans op breuk. Veel glazen spatwanden worden (vrijwel) zonder profiel geleverd. In plaats van het profiel worden scharnieren gebruikt. Profielloze wanden en deuren zijn overigens wel duurder dan wanden met een profiel. Dit is namelijk vaak maatwerk. Kiest u voor een glazen douche of badwand, let er dan op of deze is voorzien van een speciale coating die kalkaanslag vertraagt. Ondanks deze laag is het belangrijk om de spatwand plus de profielen (wanneer aanwezig) na elke douchebeurt af te spoelen met schoon water en vervolgens te drogen.

sail

Een ooggetuige verslag van sail amsterdam auteur Hans van der Smissen en fotograaf Govert Vetten. Je moet alles regelen: wc’s, dranghekken, horecavoorzieningen, overleg met de politie en havenautoriteiten, amusementsvoorzieningen in de stad, contact met openbaar vervoerbedrijven enzovoort, enzovoort. Voor een niet-zeiler, die geen belang heeft bij de mysteries die een boot tegen de wind in laten zeilen, is het antwoord vrij eenvoudig. De vaste staf aan boord van opleidingsschepen ontvangt enige betaling, maar in veel gevallen is dat eigenlijk niet meer dan zakgeld. Het zijn alleen de Britten die geheel op stoom afgerichte leerlingen toestaan officieren in hun koopvaardij te worden.’ Hij weet dat gebrekje aan het feit dat de meeste reders reuze knappe managers mochten zijn, maar hun positie hadden bereikt via een klerkencarrière. De publieke belangstelling, die wordt opgeroepen als de vloot zich in de één of andere haven verzamelt, zoals tijdens de sail amsterdam 2010 is een aanwijzing hoe wijdverspreid en sterk deze nostalgie is. In andere landen is dat soms wel anders: de Duitse marine geniet het gebruik van de 61 m lange driemastbark Gorch Focfe, de Italiaanse marine vaart rond met het nostalgische fregat Ameri-go Vespucci van 101 m lang en zelfs de (toch niet om hun rijkdom bekende) Mexicaanse marinemannen beschikken over de 90,5 (!) m lange driemastbark Cuauhtemoc, nota bene splinternieuw, met 1982 als bouwjaar.

Veiligheid (de meeste schepen zijn zelfrichtend, zodat ze niet echt kunnen omslaan), comfort (overdekte stuurhutten, kleine slaaphutten, vaste ‘bedden’) en krachtige motoren moeten voorkomen dat de overleving op zee werkelijk in het geding komt Aan scheepsrampen heeft niemand behoefte. ‘Zeilen en dan kijken of er nog een leuk project te doen is; dat is het leuke van dit soort werk - afwisseling (en regelmatig de gelegenheid maanden achtereen de neus in de zeewind te steken).’ De industriële revolutie van de 19e eeuw leidde ertoe dat de werkende mens geen tijd meer overhield om rekening te houden met de natuur. Die worden met slecht weer de zee op gestuurd in zo klein mogelijke jachtjes. Wees echter niet ontmoedigd: het duurt niet lang. De antwoorden zijn beschikbaar voor ieder die ogen heeft om te kijken - het is slechts de kunst om ze te kunnen aflezen. Sponsoring voor kleinere bedragen was niet mogelijk, omdat daarmee het aantal sponsors zó groot zou worden dat het reclamerendement van sponsoring verloren zou gaan. Dat heeft ze van haar moeder. De A-klasse bestaat uit de grootste opleidingsschepen. In zo’n imposant gezelschap kunnen onze mannen van de Urania zich maar het beste vastklampen aan hun Britse collega’s van het Royal Naval Institute te Dartmouth. Mensen kunnen zich vooraf voor deze vaarten aanmelden en er zal dan een selectie gemaakt worden, de uitverkorenen zullen hier bericht van krijgen. Uit de hele wereld werden schepen uitgenodigd in de Amsterdamse haven voor Sail 700. Het dilemma van de traditionele jachtenschippers Gekker zeilen of museumstuk spelen in overvol Amsterdam) tekende ook aardig het leven van organisator Jet Key tijdens de voorbereidingen.

dakkapel apeldoorn

Een garage of een zwembad wordt wat moeilijker, maar voor de rest is alles in principe mogelijk. Naast bereikbaarheid en verwarming is er nog een voorwaarde voor het gebruik van de zolder: licht. Ten slotte is een dakraam goedkoper dan een dakkapel apeldoorn. Het raam kunt u in verschillende openingsstanden vastzetten. Wel worden de verschillende onderdelen vaak van tevoren op maat gemaakt. De binnenafwerking (schilderen, e.d.) verzorgt u zelf. Op vkgkozijn.nl vindt u meer informatie en een lijst van leveranciers. Een aantal fabrikanten brengt uit veiligheidsoverwegingen vensters op de markt die niet door kleine kinderen zijn te bedienen. De ruimte die overblijft voor de CV is door de nieuwe kamer namelijk veel kleiner geworden. Dit heeft gevolgen voor de dakconstructie. De buitenkant bestaat uit een gladde toplaag. Zonder buitenzonwering is het verstandig om te kiezen voor (rol)gordijnen die aan de achterkant zijn voorzien van een zonwerende, verduisterende laag. Voor een dakkapel is, afhankelijk van de plaats en de afmeting, een bouwvergunning nodig of geldt een meldingplicht. Het recyclen van kunststof kozijnen wordt geregeld door de Stichting Recycling VKG. Bij een dakkapel is het overigens ook mogelijk een uitvalzonnescherm te monteren. De prijs voor dit type dakkapellen is sterk afhankelijk van het model, het formaat, eventuele bijzondere wensen of eisen en de situatie ter plekke. De kapel krijgt een pannendak en wordt voorzien van een goot. Aan de bovenkant wordt gebruik gemaakt van hetzelfde materiaal als de dakbedekking van de dakkapel. Het dakvenster is een grote en luxer variant van het vier pans dakraampje. Het terras moet worden voorzien van een goede valbeveiliging. Bijvoorbeeld bij een zinken dak word t er ook een zinken slab geplaatst die doorloopt tot onder de dakpannen net boven de dakkapel.

Deze moet worden hersteld met een deugdelijke en veilige opvangconstructie. Daarnaast hebt u gootstukken nodig om regenwater van het bovenliggende dakgedeelte goed te kunnen afvoeren richting dakgoot. De kozijnen van een dakkapel kunnen van hout, aluminium of kunststof zijn. Traditionele dakkapellen bestaan uit een raamkozijn waarvan de stijlen onder de onderdorpel doorlopen tot op de gording of de verdiepingsvloer. Verder oogt een dakkapel heel ruimtelijk. Het onderste raam scharniert aan de onderzijde naar buiten toe. De meeste dakramen hebben een ventilatierooster. Er zijn verschillende systemen prefab dakkapellen in de markt. Daarnaast bent u vrijer in het bepalen van de afmeting, het ontwerp en de keuze van het materiaal. Maar daar kan met behulp van de inmiddels overbekende plafondventilatoren, of zelfs een klein luchtcirculatiesysteem (zie onder de tips en trucs) wel iets aan worden gedaan.

gebruikte kantoormeubelen

Ook al toe aan vervanging van uw oude meubilair. Zoals we weten zijn wij mensen vaak aan verandering toe, dit hebben we natuurlijk ook met ons meubilair. Neem uw eigen kantoor eens en bekijk uw kantoor meubelen eens hoe het hier mee voorstaat. Er zullen wel kantoor meubels te zien zijn, die vervangen kunnen worden, of niet meer zo zijn zoals u had gewild. Vaak zien wij op tegen dit soort dingen, om de kantoor meubels te vervangen. Het gaat namelijk veel tijd kosten, maar het belangrijkste is toch vaak dat het weer veel geld gaat kosten. In tijden van een economische crisis word er dus al snel bespaard op de kantoor meubelen. Toch zijn al die kantoor meubelen van groot belang voor een goed functioneren in uw bedrijf. Kijk eens naar de kasten, waar die al niet voor dienen. Al uw papier werk word hier in opgeslagen, een rijtje mappen, met daarin belangrijke financiële gegevens, of andere spullen die nodig zijn in uw kantoor. Aan de andere kant is het goed te begrijpen dat u, in deze tijd niet te veel wilt besteden aan kantoor meubelen voor u kantoor. Die kast kan immers best nog een paar jaar mee. Eerst moet er een la stuk, of een deurtje en dan gaan we wel eens kijken voor de vervanging. Dan moeten we vaak nog kijken wat nu het beste bij ons kantoor past. Maar waarom dan pas kijken, en zo moeilijk doen over het bedrag? Het kan namelijk veel eenvoudiger.

In deze tijd is het namelijk een goeie optie om te kijken naar gebruikte kantoormeubelen voor in uw kantoor. Er zijn genoeg gebruikte kasten die weer overnieuw gebruikt kunnen worden. Er gaan veel bedrijven failliet in deze economische crisis, maar de gebruikte kantoor meubelen zijn vaak nog zo goed als nieuw. We kennen het spreek woord de een zijn dood is de ander zijn brood. Maar waarom zouden we niet goed nadenken. Waarom moeten we juist duur doen als het goedkoper kan. Deze gebruikte kasten bijvoorbeeld zijn nog vaak zo goed als nieuw. U kunt zelf u kantoor meubels ook weer verkopen, zo kost het u bijna niets, terwijl u wel vaker uw oude meubilair kunt vervangen. Ook consumenten kunnen hier aan denken, om dit te gaan doen en deze spullen over te nemen, de particulieren voelen immers ook een klap in deze tijd. Dus de meubels thuis kunnen eenvoudig worden vervangen voor kantoor meubelen die zijn gebruikt. U kunt hier dus veel mee besparen, en dus een goeie aanrader. Kijk dus goed naar de kasten die vervangen kunnen worden, kijk eens hoeveel geld er nog voor te krijgen is. Maar kijk ook eens wat het u scheelt als u de gebruikte kantoor meubelen zou kopen. In deze tijd is het zeker het proberen waard. Je word er niet minder op, eerder meer. Een kast is een kast, of hij nu gebruikt is of niet, wat wel verschilt is de prijs, en dat maakt zeker uit zowel voor bedrijven als voor de particulier.

fondsenwerven

Dat onze maatschappij om geld draait is voor iedereen zo klaar als een klontje. Helaas is niet voor ieder project dan mensen op willen zetten een potje beschikbaar bij de overheid of andere instelling. Men moet dus zelf op zoek naar geld om zaken mee te kunnen bekostigen. Dit wordt fondsenwerven of fondsenwerving genoemd. Het fondsenwerven kan voor veel verschillende zaken gebeuren. Hierbij kan men denken aan nieuwe speeltoestellen in de buurt of op een schoolplein, een zomerkamp voor leden van een bepaalde club of vereniging maar ook de kostuums van een fanfare of harmonie. Vaak gaat het om zaken waarvoor men geen, of onvoldoende, subsidie ontvangt of die men niet van de contributie of andere bijdragen kan bekostigen maar wel nodig heeft. Er zijn talloze manier van fondsenwerven: men kan eenvoudig om giften vragen zonder dat daar verder iets tegenover zal staan maar men kan bijvoorbeeld ook een wedstrijd houden waarvan dan de opbrengst naar het beoogde project zal gaan. In de meeste gevallen zijn het dingen die weinig geld of zelfs helemaal geen geld kosten maar die wel het nodige binnen kunnen brengen voor het gekozen project. Door bedrijven te benaderen heeft men kans dat er geld danwel goederen beschikbaar worden gesteld die gebruikt kunnen worden bij het fondsenwerven.

In heel veel gevallen zijn direct betrokkenen meestal wel bereid om een handje mee te helpen. Zijn er nieuwe speeltoestellen nodig voor een schoolplein dan zouden schoolkinderen (onder begeleiding van ouders) bijvoorbeeld bloembollen of appelflappen huis aan huis kunnen gaan verkopen. De producten worden dan vaak tegen inkoopsprijs gekocht zodat de meerprijs ten gunste van het gekozen project kan komen. Wanneer mensen namelijk zien dat de direct betrokkenen er zelf ook moeite voor willen doen zijn ze eerder bereid om een bijdrage te doen. Kondig dergelijke acties altijd aan in plaatselijke of regionale media zodat er veel mensen van op de hoogte zullen zijn. Hoe meer mensen er immers van weten hoe groter de kans is dat ze eraan mee zullen doen. Worden ze met een bepaalde actie namelijk overvallen dan is de kans op een negatief antwoord aanzienlijk groter. Aan het einde van een gehouden actie doet men er goed aan om het resultaat openbaar te maken. Op die manier kunnen de gulle gevers zien wat mede dankzij hen bijeen is gebracht. Door na verloop van tijd ook bekend wordt gemaakt wat er precies met het opgehaalde geld is gebeurd. Door dit bekend te maken zal men een positieve impuls geven voor een eventuele vervolgactie.

Mensen die hun geld namelijk goed besteed zien zijn eerder weer geneigd om opnieuw hun steun te geven aan een soortgelijk project. Bovendien is het ook voor alle mensen die aan een actie hebben meegewerkt leuk om te weten wat hun inzet heeft opgeleverd. Hier geldt ook dat de kans aanzienlijk wordt vergroot dat zij bij een volgende actie weer van de partij zullen zijn en zich wederom volledig willen inzetten voor een dergelijk doel. Maar ook andere mensen kunnen hierdoor worden aangespoord om hun handen uit de mouwen te steken.

uitzendkracht

Verwachte ontwikkeling in aantal uitzendkrachten en gedetacheerden. Circa een derde deel van de inlenende bedrijven verwacht dat er in de komende jaren weinig zal veranderen wat betreft het aantal uitzendkrachten of gedetacheerden dat zij zullen inlenen. De rest verwacht wel een verandering en dat komt per saldo iets vaker neer op een vermindering dan op een uitbreiding van het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden. Overigens bestaan er op dit punt geen verschillen tussen kleine en grote bedrijven. Ook tussen de verschillende bedrijfssectoren bestaan op dit punt nauwelijks verschillen. Wel blijkt het aandeel van de uitzendkracht een rol te spelen. Van alle ondervraagde bedrijven met uitzendkrachten verwacht 35 procent dat het aantal uitzendkrachten (sterk) zal afnemen, maar dit cijfer varieert van 28% tot 49%, afhankelijk van het aandeel uitzendkrachten in het personeelsbestand, namelijk als volgt: bedrijven, waar uitzendkrachten 1-2% van personeelsbestand uitmaken: 28% . bedrijven waar uitzendkrachten 3-5% van personeelsbestand uitmaken: 28% . bedrijven waar uitzendkrachten 6-10% van personeelsbestand uitmaken: 37% . bedrijven waar uitzendkrachten 11% erf meer van personeelsbestand uitmaken: 49%

Verwachtingen in de onderzochte inlenende bedrijven met betrekking tot het verschuiving van traditionele uitzendkrachten naar uitzendkrachten met tijdelijke en vaste dienstverbanden in uitleenbedrijven. De uitzendbranche zelf signaleert op basis van eigen onderzoek de ontwikkeling dat uitzendkrachten steeds minder volgens de traditionele uitzendformule gaan werken en steeds meer vanuit een tijdelijk dan wel vast dienstverband bij het uitlenend bedrijf. Vanaf de invoering van de Flex wet op 1 januari 1999 zijn uitzendkrachten conform de CAO voor uitzendkrachten ingedeeld volgens het zogenaamde ‘fasen-systeem’. In de registratie worden drie categorieën onderscheiden; traditionele uitzendkrachten (fase 1 en 2 volgens de uitzend-CAO), gedetacheerden (flexwerkers met een tijdelijk contract) en flexwerkers met een contract voor onbepaalde tijd. De twee laatste categorieën vallen respectievelijk in fase 3 en 4 van de CAO. De ABU heeft nog geen cijfers gepubliceerd over de verdeling van het totaal aantal uitzendkrachten en het totaal aantal gewerkte uren over deze nieuw ingevoerde categorieën. De ABU geeft voor 1999 wel cijfers over de toenamevermeerdering respectievelijk -vermindering van het aantal uren dat uitzendkrachten werken in fase 1 + 2 en fase 3 + 4. Aangegeven welke toename vermeerdering c.q. -vermindering in de verschillende categorieën kon worden geboekt (ABU, 2000).

De toename van het aantal uren van uitzendkrachten in fase 1 en 2 verminderde in 1999 met circa 18 procent. De toename van het aantal uren voor uitzendkrachten in fase 3 en 4 was in 1999 echter 81 procent hoger. Dit duidt erop dat meer uitzendkrachten zijn gaan werken op basis van een contract voor bepaalde of onbepaalde tijd met het uitzendbureau. De verschuiving van flexibel naar vast uitzendpersoneel is het sterkst in de technische sector, constateert de ABU. De toenamevermindering van het aantal uren van uitzendkrachten in fase 1 en 2 werd hier meer dan gecompenseerd door de toename vermeerdering van het aantal uren van uitzendkrachten in fases 3 en 4 (ABU, 2000).

vaarbewijs

Niet alleen het behalen van een theoretisch vaarbewijs is belangrijk. Veel hangt af van de kunde van de zeiler. Hij moet de juiste hoek kiezen tussen zeil en windrichting en hij moet voelen hoe hoog hij aan de wind kan liggen of hoe scherp hij bij de wind kan zeilen om nog met voordeel in de wind te kunnen opwerken, zoals dit in het zeilwedstrijdreglement wordt gedefinieerd. Om de gedachten te bepalen mag men zeggen, dat de hoek van het zeil en de waargenomen windrichting ongeveer 300 zal kunnen zijn en hiermee komen we tot een nieuw begrip. Bij de voorgaande theorieën werd de snelheid van het jacht zelf buiten beschouwing gelaten, maar dit heeft toch op de wind, die wij waarnemen, een belangrijke invloed, zowel wat de richting, als wat de snelheid betreft. Het is gemakkelijk in te zien, dat het jacht bij voor de wind zeilen een windsnelheid ondervindt, die gelijk is aan de werkelijke windsnelheid, verminderd met de scheepssnelheid. Daarom zal de windkracht, die wij ervaren als wij voor de wind zeilen en wij nog geen eigen snelheid hebben, groter zijn dan wanneer de versnelde beweging van het jacht in een eenparige is overgegaan. Bij het toenemen van de vaarsnelheid vermindert dus de ondervonden windsnelheid tot het evenwicht tussen weerstand en voortstuwende kracht is bereikt.

Zo kunnen we ons ook voorstellen, dat een jacht, dat recht tegen de wind in motort, een grotere windsnelheid ondervindt dan een voor anker liggend jacht, namelijk de windsnelheid vermeerderd met de scheepssnelheid. Wat wij aan boord ondervinden, noemen we in tegenstelling tot de werkelijke wind, de schijnbare wind. In beide genoemde gevallen is de richting van de schijnbare wind dezelfde als die van de werkelijke. Als we voor de wind sneller dan de wind zouden varen, zou de richting worden omgekeerd en als we op de motor sneller dan de wind er tegenin varen, is dat ook het geval.

Als we echter met ruime wind of bij de wind zeilen, krijgen we een ander beeld, we moeten dan de snelheden van wind en jacht samenstellen, zowel wat de snelheid als wat de richting betreft. De serie figuurtjes brengt dit in beeld, zij geven van links naar rechts de toestand bij het zeilen voor de wind, met bakstag wind, met wind iets achterlijker dan dwars, met halve wind en bij de wind. Bij alle is de afstand AB de weg, die het jacht in een tijdseenheid, laten we zeggen in een seconde, aflegt, terwijl LA de werkelijke windsnelheid is, dus de weg die een luchtdeeltje in die zelfde tijd heeft afgelegd. De richting LB is nu de richting, waaruit we de wind aan boord ondervinden en de afstand tussen L en B is de windsnelheid, die wij ervaren. Dit zijn dus richting en snelheid van de schijnbare wind. Met deze schijnbare wind zullen we bij het zeilen moeten rekenen. De richting ervan, die voor het juist stellen van onze zeilen zo belangrijk is, wordt aangegeven door de wimpel in de top van de mast, aannemende dat deze niet beïnvloed wordt door luchtstromingen uit het zeil, hetgeen bij een steil gepiekt gaffelzeil kan voorkomen.

disposables

Nu overal in de wereld de levensstandaard hoger wordt kunnen steeds meer mensen zich de aanschaf van luxeartikelen als auto’s, ijskasten en mobiele telefoons veroorloven. De winning van grondstoffen blijft achter bij de fabricage van al deze goederen, en er komt een moment dat de grondstoffen op zullen zijn. Als we dat willen voorkomen moeten we op een meer duurzame manier met onze grondstoffen omgaan. Duurzaam betekent nu en ook in de toekomst nog aanwezig’. Een duurzaam product is dus een product dat gemaakt is van stoffen en materialen waar we ook in de toekomst over kunnen beschikken. Overal op de wereld produceren mensen steeds meer afval. De rijke landen van Europa en Noord-Amerika produceren veel meer afval dan alle andere landen, hoewel India en China niet ver meer achterblijven. Gambia en Tanzania horen tot de landen die het minste afval produceren. Vroeger waren mensen meer geneigd om iets dat kapot ging te laten repareren, waardoor spullen langer meegingen. Tegenwoordig gooien mensen kapotte spullen al gauw weg, ook omdat het goedkoper is om een nieuw apparaat te kopen dan om het oude te laten repareren. Veel producten zijn gaan behoren tot de groep disposables .

Om de afvalberg kleiner te maken moet we minderen, recyclen en hergebruiken. Minderen wil zeggen minder afval produceren. Ofwel minder grondstoffen gebruiken voor de fabricage van producten, of producten zodanig ontwerpen dat er minder materiaal voor nodig is. Hergebruiken wil zeggen dingen opnieuw gebruiken in plaats van weggooien, of afgedankte spullen naar een kringloopwinkel brengen of dingen laten repareren zodat je ze weer kunt gebruiken. Recyclen is materialen uit gebruikte voorwerpen halen om die opnieuw te gebruiken. Mensen hebben altijd al afval geproduceerd, maar nog nooit in zulke grote hoeveelheden als nu. Er bestaan vele soorten afval: etensresten, verpakkingen, kapotte spullen en apparaten, oud papier en nog veel meen Er is ook ontzettend veel industrieel afval.

Zelfs bij het delven van grondstoffen als steenkool en kalk wordt afval geproduceerd. Het meeste huishoudelijk afval werd vroeger begraven, gestort of verbrand. Deze vorm van afvalverwijdering bestaat in arme landen nog steeds, met name in krottenwijken waar het vuil niet wordt opgehaald en geen sanitaire voorzieningen zijn. De enige manier om hier van het afval af te komen is het te dumpen of verbranden. In rijke landen wordt het huisvuil opgehaald en naar vuilnisbelten of verbrandingsovens gebracht. Dat is mooi, maar tegelijk ook een deel van het probleem omdat het makkelijk is, waardoor mensen er niet bij stilstaan hoeveel afval ze elke dag weer produceren en de afvalberg blijft groeien. In de VS wordt het ophalen van afval betaald uit gemeentelijke belastingen. In de meeste gemeenten betaalt iedereen evenveel, ongeacht de hoeveelheid afval die men produceert. Maar dat is aan het veranderen. Ongeveer 6.000 gemeenten in de VS hanteren nu de regel dat je betaalt per hoeveelheid afval die je aanbiedt. In sommige gemeenten moet je per vuilniszak of container betalen, in andere per gewichtseenheid. Men is dat gaan doen om mensen ertoe te bewegen minder afval te produceren en meer aan recycling te doen. Het is een prima beleid om mensen te laten betalen voor hun afval. In het begin was men bang dat mensen hun afval gewoon op straat of langs de weg zouden dumpen, maar die angst is in de meeste gevallen ongegrond gebleken.

rolluiken

Het zonwering rendement van rolluiken is uitstekend, getuige de uitgebreide toepassing in gebieden met een subtropisch klimaat. Doordat rolluiken meestal aan alle zijden zijn ingesloten, wordt de er achterliggende ruimte niet of nauwelijks met buitenlucht geventileerd. Daarom zijn voor een zo groot mogelijke directe reflectie lichte kleuren aan te bevelen. Mits aan alle zijden een goede afsluiting is gewaarborgd, kan het neergelaten rolluik de warmteverliezen door het raam aanmerkelijk beperken. In de literatuur vindt men een verkering van de relatieve waarde van circa 35% voor blank isolatieglas met een gesloten rolluik. De rolluikkast tussen bovendorpel kozijn en gevelconstructie is hier vaak het zwakke punt door optredende tocht verschijnselen. Deze omkasting moet goed afgedicht zijn en aan de binnenzijde met isolatiemateriaal bekleed. Voor luchtgeluidsisolatie geldt in feite hetzelfde: een goede afdichting rondom is noodzakelijk. Bij lichte rolluiken dient een ruime afstand (circa 100 mm) tot het glas te worden aangehouden ter verkrijging van een verschillend resonantiegedrag van glas en mat. Volgens literatuurgegevens is dan bij een isolerende beglazing met 12 mm spouw door het gesloten rolluik een verbetering van de isolatiewaarde van circa 30% over het hele frequentiegebied mogelijk. Uiteraard kan dan niet via venster en rolluik worden geventileerd. Rolluiken met een rolluikkast boven het kozijn kunnen veelal van binnenuit worden gemonteerd. Bij op de gevel te plaatsen kasten gelden voor de hogere verdiepingen dezelfde montage problemen als genoemd voor alle andere buiten aangebrachte voorzieningen. Dankzij het eenvoudige principe, afrollen door het eigen gewicht en oprollen met een band en bandwinder, beperkt het onderhoud zich hoofdzakelijk tot het periodiek reinigen. Dit wordt vergemakkelijkt door het gladde, gesloten oppervlak van de mat. De mogelijkheden voor het reinigen van het rolluik zijn vergelijkbaar met die voor het schoonhouden van de beglazing.

Het toepassen van rol- of schuifhekken gebeurt uitsluitend ter beveiliging tegen braak en vandalisme. Toegepast voor winkelingangen en -puien blijven interieur en etalage-inhoud van buitenaf zichtbaar. Het rolhek is in principe gelijk aan het rolluik. De mat is hier vervangen door een oprolbaar stalen of lichtmetalen hekwerk. Het stalen rolhek wordt in verzinkte uitvoering geleverd of is van roestvrij staal vervaardigd. De lichtmetalen hekken worden naturel of in kleur geanodiseerd. Als aandrijving wordt een elektromotor gebruikt Ook kan het rolhek met veerrol worden geleverd. Tijdens het afrollen worden de veren in de rol gespannen. De hiervoor benodigde kracht wordt door het gewicht van het rolhek opgebracht. De gespannen veren zorgen dan voor een automatisch oprollen van het hekwerk wanneer dit na deblokkering wordt opgeduwd. Tevens worden andere rolluikaandrijvingen, zoals staaldraadwinch en band winder toegepast. De rolhekken zijn in diverse figuraties leverbaar. Uit dezelfde materialen worden schuifhekken of schaarhekken samengesteld. Deze worden volgens het schaarprincipe geopend en gesloten, naar beide zijden of naar één zijde, links of rechts. De schuifhekken vereisen geen bouwkundige voorzieningen en kunnen dus gemakkelijker aan bestaande gebouwen worden aangebracht dan rolhekken. Deze toepassing rekent men tot de binnenzonwering, hetgeen in principe juist is, omdat de jaloezie door de buitenste ruit tegen weersinvloeden wordt beschermd. Wat betreft de effectiviteit vormt zij een duidelijke overgang van binnen- naar buitentoepassing.

promotieartikelen

De top tien van meest effectieve promotie artikelen bestaat uit de volgende producten. Bedrukte T-shirts en caps zijn veruit de meest populaire promotie artikelen. Uit onderzoek blijkt dat het effect dat deze producten hebben een logo bekendheid veroorzaken omdat men deze producten ook in het weekend en buiten werktijd dragen. Hierdoor worden mensen op onverwachte plekken met de logo’s geconfronteerd waardoor de inpakt hoger blijkt te zijn. Op de tweede plek staan pennen. Dit product is zeer populair omdat het een zeer functioneel product is. Uit onderzoek is gebleken dat penen die worden uitgedeeld als promotie tijdens de levensduur gemiddeld acht verschillende eigenaren hebben. De nummer drie uit de lijst is voor de plastic tas. De tas is om te beginnen zeer functioneel en heeft door de verschillende plakken waar deze gebruikt wordt het hoogste aantal mensen die worden bereikt. Drink bekers en koffiekoppen staan op de vierde plaats omdat deze vaak veel tijd op de werkplek staan en vaak een duidelijk zichtbaar logo hebben, is ook het bereik van dit artikel erg hoog.

Bureau accessoires worden vaak aan personeel gegeven. Deze artikelen worden ook vaak op beurzen en conventies uitgedeeld. Door de lange levensduur en het dagelijkse gebruik komen deze promotieartikelen op de vijfde plek. Kalenders staan op de zesde plek. In bepaalde branches zijn deze promotionele artikelen wereld beroemd geworden. Ze bieden niet alleen plaats aan het logo en plaatjes van mooie vrouwen, er kunnen allerlei thema’s of facetten van een bedrijf op worden geplaatst. Op de zevende plek staan magneten. Door de zeer goede manier waarop je een logo op deze magneten kunt plaatsen en de lage prijs blijft dit artikel zeer populair in het gebruik voor promotionele doeleinden. Omdat technologie steeds goedkoper wordt en computers steeds meer gebruikt worden door steeds meer mensen, is de computer accessoire steeds populairder aan het worden als promotioneel artikel. Usb-sticks en dergelijke staan daarom op positie negen. De top tien van meest voorkomende promotionele artikelen wordt afgesloten door auto accessoires. Niet alleen garages gebruiken artikelen voor de auto. Steeds meer bedrijven gebruiken artikelen voor in de auto omdat men weet dat ze ook daadwerkelijk gebruikt worden en daardoor dus een langdurig bereik hebben.

kozijnen

Door het gebruik van te licht hang- en sluitwerk kan de omtrekspeling van een deur of raam veranderen. Als de naad te klein wordt, gaan de deuren of ramen langs de kozijnsponningen schuren waardoor de verflaag beschadigt. Vocht gaat zich verzamelen en de problemen worden groter. Omdat deuren en ramen niet goed meer sluiten ontstaat tocht- en vochtoverlast en worden de bewegende delen steeds schever of krommer. Bewegende delen in gevelelementen blijven goed gangbaar als de kwaliteit en de uitvoering van het hang- en sluitwerk op peil blijft. Slecht sluitende geveldelen kunnen leiden tot verf- en houtbeschadigingen en soms glasbreuk. Tijdens routinematige onderhoudsinspecties dienen zich altijd wel bijzondere zaken aan die niet te voorzien zijn. Door deze te signaleren kunnen extra onderhoudskosten worden bespaard. Tijdens de inspectie moet zeker ook aandacht worden besteed aan al eerder uitgevoerde reparaties. Minder elastische reparatiemiddelen onthechten van het hout en scheurvorming is het gevolg. Voordat men met het herstel begint is een aantal preventieve maatregelen nodig, zoals: niet-ontluchte beglazingssystemen vervangen door ontlucht geplaatste glaslatten; condensprofielen moeten op het uiteinde zijn opgedampt ter voorkoming van inwateren in de hoekverbindingen van de kozijnen beglazingskit controleren en zo nodig V-vormig uitsnijden en opnieuw afkitten; de naden van de houtverbindingen worden in het kader van een preventieve aanpak aan de binnen- en buitenzijde uitgefreesd en na behandeling met een primer gevuld met een speciale kit die de werking van het hout kan opvangen en die goed hecht aan hout; voor de hechting van het verfwerk worden de scherpe kanten van het houtwerk afgerond 4.10a met een straal van 3 mm, vervolgens wordt het verfwerk in een goede conditie gebracht 4.10b; gescheurd en verweerd kops hout is te schuren, primeren, eventueel te vullen, licht te schuren en af te lakken; voor plaatselijke verduurzaming in vochtig, vrij zacht hout, met hooguit een geringe aantasting zijn momenteel drie middelen op de markt. Dit zijn ampullen met vloeistoffen op basis van tributyltinoxyde (TBTO) of droge pillen op basis van bifluoride, zouten of boorzuur. Boorzuur is het meest milieuvriendelijk, maar de duurzaamheid is beperkt tot vijf of tien jaar. De pillen werken alleen als de houtaantasting nog niet is begonnen en ze kunnen alleen in vrij zacht hout worden aangebracht.

Is de aantasting van houten gevelelementen al een feit, dan kan plaatselijke reparatie een oplossing zijn. De grens van aantasting ligt bij 10 cm3, uitvullen met kunstharsmassa en preventieve maatregelen uitvullen met kunstharsmassa en preventieve maatregelen gedeeltelijke houtvervanging en preventieve maatregelen kozijn vervanging. Bij geringe houtaantastingen tot 10 cm3 bieden kunsthars vulmaterialen een oplossing. Er zijn reparatie compounds beschikbaar voornamelijk op basis van epoxyhars en polyesterhars. Belangrijk zijn zowel de hechtkracht aan het blijvende houtwerk als de flexibiliteit om de werking van het omliggende hout te volgen. Met epoxyharsen worden goede resultaten bereikt. Het aangetaste hout en ongeveer 1 cm van het aangrenzende gezonde hout wordt uitgefreesd. De verflaag rondom de reparatie wordt licht geschuurd en vervolgens wordt vuil en stof verwijderd. Afhankelijk van het type reparatie compound worden de contactvlakken voorbehandeld. Het gat wordt gevuld en na droging en verharding licht geschuurd en in lagen overgeschilderd. Bestrijkt de houtaantasting meer dan 10 cm3, maar in beperkte mate voorkomend, dan is een gedeeltelijke houtvervanging door een gespecialiseerd timmerbedrijf een goede oplossing. Voor deze methode moet het glas verwijderd worden, waarbij men vervanging door dubbel glas kan overwegen. De klassieke methode voor het vervangen van onderdorpels en het deels vervangen van stijlen heeft in het verleden nogal eens voor problemen gezorgd. Vaak trokken de naden bij de verbindingen van oud op nieuw weer open waarna vocht kon binnendringen. Door het ontwikkelen van moderne reparatiemethoden, uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven, kan een garantie afgegeven worden van tien jaar. Bij een moderne hout vervangingsoperatie worden de slechte delen hout verwijderd 4.15 nadat het glas, de draaiende delen en de puivullingen zijn uitgenomen. De onderdorpel wordt bij voorkeur in zijn geheel vervangen als hier gebreken aan zijn. Van de stijlen wordt, om een goede hoekverbinding te maken, ongeveer 40 cm verwijderd. De nieuwe kozijndelen zijn leverbaar in diverse houtsoorten.

bliksembeveiliging

In 1886 schreef de subcomissie ‘Die Blitzgefahr Nr.1′ met als ondertitel ‘Mededelingen en adviezen over de aanleg van bliksemafleiders voor gebouwen’; de publicatie ervan vond plaats in opdracht van de Elektrotechnischer Verein. Op dat moment was er een nog niet beslechte discussie over twee principes voor de constructie van bliksemafleiders aan gebouwen: het systeem van Gay-Lussac en dat van Melsens. ‘Volgens de huidige inzichten ontstaat een goede bliksembeveiliging als volgt: Volgens de voorschriften die voor een deel van Franklin zelf afkomstig zijn en verder zijn bewerkt door von Epp, Hemmer, Reimarus, Imhof en anderen en die in 1823 door Gay-Lussac werden gecombineerd tot een systeem dat werd gepubliceerd door de Parijse academie van wetenschappen. Dit systeem heeft als kenmerk dat het gebouw wordt voorzien van één of slechts een paar zeer hoge vangstaven. Van deze ene of van elk van de verschillende staven loopt een zeer dikke leiding gewoonlijk naar maar één plaats onder of naast het gebouw tot in het grondwater, waarmee een zo goed mogelijk contact wordt gemaakt via grote vlakken op flinke afstand van elkaar. Volgens het systeem dat wordt toegepast en aanbevolen door Melsens uit Brussel. Het wordt gekenmerkt door een zo groot mogelijk aantal van de elementen van de bliksemafleider. Dit heeft tot gevolg dat uitspringende delen van het gebouw beter zijn beschermd en dat de blikseminslag wordt verdeeld, wat het mogelijk maakt lichter uitgevoerde en gemakkelijker te verwerken onderdelen voor de installatie te gebruiken.

Melsens heeft de opvangstaven vervangen door korte maar talrijke bundels spitsen; de luchtleiding bestaat uit meervoudige dunne draad en loopt zo mogelijk langs alle hoekpunten van het gebouw omlaag, en de verbinding met de grond moet tot stand komen ofwel aan alle kanten van het gebouw ofwel door aansluiting aan het wijdvertakte systeem van water- en gasleidingen. Een bliksemafleider volgens Melsens lijkt dus op een metalen netwerk dat het gebouw volledig omhult, aangenomen dat het contact van het netwerk van de afleiders met het grondwater bijna geen weerstand heeft.’ De bliksembeveiliging van Melsens heeft intussen wereldwijd de overhand gekregen. Het ging toen reeds impliciet uit van het tegenwoordig als essentieel beschouwde principe van bliksembeveiliging door potentiaalvereffening alle metalen leidingen die een gebouw binnenkomen en alle grotere metalen onderdelen van het gebouw worden verbonden met de bliksembeveiliging installatie. In 1918 werd de subcommissie van de Elektrotechnischer Verein veranderd in een zelfstandige commissie, de ABB (AusschuÉ für Blitzableiter-Bau).